nieuws uit NO-Overijssel

Beroep met toekomst

In de technologie zit het werk van de toekomst, of nee, in de zorg, of toch in de horeca. Alles en iedereen is op zoek naar nieuw personeel. Misschien sommige geloofsgemeenschappen niet, maar na nog wat strapatsen van Trump, Erdogan of Khamenei kan dat zomaar weer anders zijn en lopen de kerken weer vol.

Ik weet echter een beroep met gegarandeerd een gouden toekomst: werk in overvloed, geld dat tegen de plinten opklotst, je weet niet wat je hoort. Want dat is nou net het probleem.

Deze week heb ik 1917 in de lokale bioscoop bezocht, de prijswinnende film over de Eerste Wereldoorlog. Op de dag van de première, met nog drie handen vol andere liefhebbers. Rij 6, zo ver mogelijk naar achteren. Vlak daarna kwamen acht jongeren binnen. Twintigers, met popcorn en beugelflessen Grolsch want daar kun je op spannende momenten zo lekker mee ploppen.

De zeven mannenbroeders en één dame zochten een plek helemaal vooraan, zo dicht mogelijk bij het scherm. De film zelf was niet extreem luidruchtig. Maar tijdens de reclamefilmpjes was het geluid zó knetterhard, dat wanneer op dat moment een oordopverkoper was langsgekomen hij zijn hele waar tegen woekerprijzen had kunnen slijten. Behalve aan de jongeren, want zij hadden nergens last van, zo leek het. Geen gekrijs vanwege gepijnigde oren, geen muts of helm op ter bescherming en zelfs geen peterselie in de oren zoals de Romeinen deden tegen het gezang van Kakofonix.

Het kan niet anders of investeren in een opleiding voor audicien is straks goud waard, want die jongeren van nu moeten zich vroegtijdig gehoorapparaten laten aanmeten. Tenzij ze straks alleen nog maar films willen zien van Charlie Chaplin of Buster Keaton.