nieuws uit NO-Overijssel

Motie van wantrouwen

De VVD heeft een motie van wantrouwen ingediend tegen wethouder Martijn Breukelman. Fractievoorzitter Bert Gelling was benaderd door Hardenberger ondernemers die vertelden, dat je goede connecties met bepaalde ambtenaren moet hebben anders krijg je geen vergunning om je bedrijf te beginnen op een plek die jij graag wilt. Corruptie, heet dat in gewoon Nederlands. En omdat ambtenaren niet politiek verantwoordelijk zijn maar een wethouder wel heeft de VVD een motie van wantrouwen ingediend.

Tenminste, dat had de partij moeten doen.

Waarom de VVD dat in werkelijkheid niet heeft gedaan? Omdat de borrelpraat van ondernemers die hun zin niet krijgen niet hard is te maken. Als dat namelijk wel het geval was, dan hadden de VVD-raadsleden meteen hun verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordigers moeten nemen en de zaak bij B&W moeten aankaarten, inclusief het noemen van man en paard. En de ondernemers die zich benadeeld voelden hadden een rechtszaak moeten beginnen tegen de gemeente, vanwege corrupt ambtelijk gedrag.

Wat wil de VVD eigenlijk het liefst? Naar aanleiding van de legalisering van een illegale motorzaak aan de Coevorderweg in De Krim, die daar al 29 jaar zit, willen de liberalen dat B&W op papier zetten wanneer een illegaal bedrijf wel wordt gelegaliseerd en wanneer niet. Voor iedereen duidelijk, geen kans op ‘vriendjespolitiek’.
Alleen is dat een versimpeling van de materie. Leidend zijn een paar zaken:
⁃ de Raad van State heeft diverse keren duidelijk gemaakt dat een gemeente moet optreden tegen een illegaal bedrijf, tenzij het duidelijk is dat legalisering mogelijk is. Of dat duidelijk is hangt van geval tot geval af.
– de Raad van State heeft ook aangegeven dat je als gemeente moet kijken naar de belangen van de overtreder en het algemeen belang. Als die verhouding helemaal scheef is hoef je niet te handhaven. Ook dat hangt van geval tot geval af.

Tja, en soms denkt de gemeente dat iets kan en kan het toch niet. Of omgekeerd. Zoals deze week bleek bij een geval in de buurt van Dedemsvaart. Een hoveniersbedrijf opereerde vanuit een schuur bij een woning in het buitengebied en dat gaf overlast voor de buren. Die wilden dat de gemeente zou handhaven, terwijl de gemeente meende dat legalisering mogelijk was. “De VVD-fractie hoopt dat deze tik op de vingers door de rechter voor wethouder Breukelman aanleiding is om toch met helder beleid te komen”, schreven de liberalen op hun Facebookpagina.

Wat bleek? De gemeente had de regels verkeerd toegepast. Afwijken van het bestemmingsplan geldt alleen voor gebouwen en niet voor het perceel waarop dat gebouw staat. En omdat de hovenier op zijn stuk grond ging laden en lossen had de gemeente een andere afweging moeten maken. Wat overigens niet wil zeggen dat het hoveniersbedrijf nu moet verdwijnen, want de gemeente moet een nieuw besluit nemen.

Het is duidelijk dat elk geval op zich staat en dat de Raad van State duidelijk heeft gemaakt wat de grenzen zijn waarbinnen een gemeente kan opereren. Alleen moeten de ambtenaren geen fouten maken, zoals in het Dedemsvaartse geval. Zelfs tien A4’tjes met beleidskaders lossen dat probleem niet op.