nieuws uit NO-Overijssel

Tranen

Restaurant De Bokkepruik in Hardenberg sluit de deuren. Daar zullen niet heel veel Hardenbergers om treuren, behalve uit compassie met de eigenaars of uit nostalgische gevoelens, want anders hadden ze dit niet laten gebeuren.
Bij mensen voor wie buiten de deur eten een belangrijk onderdeel van hun leven is, zal dat anders zijn. Die zullen vast en zeker wel een traantje hebben gelaten toen ze het nieuws lazen.

De uitbaters stoppen onder meer vanwege gezondheidsproblemen, maar ook vanwege een veranderde markt. Ik weet niet wat dat laatste inhoudt, maar voor de Hardenbergers zal dat niet gelden. Zij aten altijd al liever een schnitzel net over de grens of in Twente voor nog geen twee tientjes, dan een vijfgangenmenu voor zestig euro. En dat doen ze nog steeds.

Ik geloof dat ik ook bij die groep hoor. Mijn smaakpapillen zijn niet zodanig ontwikkeld dat ik in staat ben te genieten van een exclusieve maaltijd. Als ik per ongeluk rode kool met peertjes kook terwijl dat rode kool met appeltjes moet zijn proeven mijn disgenoten dat bij de eerste hap, maar ik merk geen verschil.

De Bokkepruik heb ik twee keer in mijn leven bezocht. De eerste keer 48 jaar geleden, toen we er een klassenfeestje van de Jan van Arkel hadden. De andere keer was vier jaar geleden, toen Leefbaar Hardenberg weer terugkeerde in de moederschoot en fuseerde met de VVD. Die huwelijksaankondiging werd gedaan in De Bokkepruik, omdat dat niet zozeer het stamcafé als wel het stamrestaurant van VVD-fractievoorzitter Bert Gelling was. De sluiting is natuurlijk een kleine ramp voor hem, want waar moet hij nou zijn dagen slijten als hij niet thuis zit? We treuren met hem mee.

De tranen kwamen deze week ook tevoorschijn toen enkele inwoners van de wijk Baalderveld aan het woord kwamen in dagblad De Stentor. Maar dan van het lachen. Een paar wijkbewoners zien met angst en beven de dag naderen dat aan de overkant van hun wijk een zonnepark komt, aan de oostkant van het kanaal Almelo-De Haandrik. Ze zijn zelfs naar de bestuursrechter gestapt om de plaatsing van 13 hectare panelen tegen te houden. Wat is een van de argumenten om een spaak in de wielen te steken van de initiatiefnemers? Zij vrezen de aanblik van glimmende panelen in een toeristische omgeving.

Je lacht je toch een ongeluk om die woorden toeristische omgeving. Er is geen toerist te bekennen. Toen niet, nu niet, straks niet. Er komen ‘s zomers wat bootjes langs die maken dat ze wegkomen want ze hebben zojuist de aanblik van enkele fabrieken achter zich gelaten, varen dan langs een woonwijk en willen uiteindelijk in de passantenhaven in Gramsbergen aanmeren.

Die tekst komt zeker van de bewoner die ook bang was dat hij de Wilsumer Berge in Duitsland niet meer kan zien als hij met zijn tekkeltje langs de zonnepanelen loopt, die trouwens allemaal achter veel groen worden verborgen. De Wilsumer Berge zien? Dan moet je röntgenogen hebben, want de afstand van Baalderveld naar de stuwwal in Wilsum is hemelsbreed meer dan 16 kilometer.

Hoe zit dat eigenlijk, mogen rechters ook wel eens lachen in een rechtszaal, of moeten ze koste wat kost hun gezicht in de plooi houden?