nieuws uit NO-Overijssel

Wodka en koolmeesjes

Er is een inwoner van Hardenberg die al diverse pogingen heeft gedaan om mij duidelijk te maken dat mijn epistels niet positief genoeg zijn. En dat hij dat niet van mij had verwacht, want hij had mijn vader gekend en die was toch heel anders.

Dan zal hij dit keer wel blij gestemd zijn als hij in staat is dit te lezen, want ik kan hem meedelen dat ik iets positiefs voor hem heb ontdekt tijdens deze coronacrisis en dat is dat hij de afgelopen weken flink wat geld heeft overgehouden. Geen collectanten meer aan de deur, de kerkzak blijft leeg, de cafés en restaurants worden niet meer bezocht net zo min als de kapper, pedicure en sportschool. Hoewel hij aan dat laatste waarschijnlijk al jaren geen geld meer heeft uitgegeven. Maar bovendien: de tochtjes naar Duitsland om goedkope alcoholische dranken in te slaan kosten niks meer, want die zijn verboden. Afgelopen week kwam er trouwens weer een mail, dus waarschijnlijk had hij nog wat op voorraad.

Geen wodka, want die is vrijwel exclusief gereserveerd voor de profvoetballers van Wit-Rusland. Daar is de afgelopen weken gewoon doorgevoetbald, want de president van de republiek had gezegd dat in zijn land geen coronacrisis kon ontstaan, omdat zijn volk gezond bleef door elke dag een glaasje wodka te drinken. Helaas voor de beste man is het toch geen tovermiddel gebleken, want onlangs is een speler van FC Minsk positief getest, waardoor de kans bestaat dat de competitie alsnog wordt stilgelegd. Het kan ook zijn dat de spelers wordt bevolen nog meer wodka te drinken, want één glaasje is niks: op één been kun je niet lopen, zou mijn positieve vader hebben gezegd.

Het moderne, verminderde alcoholgebruik past in de georganiseerde strijd tegen het overmatig gebruik van sterke drank. Die strijd wordt al bijna twee eeuwen lang gevoerd. Door predikanten, artsen en schoolmeesters, die de bevolking bestookten met pamfletten over de gevaren van sterke drank, met verzoeken om wetgeving en ook om accijnsverhoging. Zij brachten een matigingsbeweging op gang die succesvol was, schrijft het CBS. In Nederland daalde eind 19e eeuw het drankgebruik, terwijl het in andere landen steeg.
Nederlanders waren rond 1900 geen grote drinkers vergeleken met andere Europeanen. En hoewel duidelijk is dat vooral jongeren te veel alcohol nuttigen, weet het CBS ons te vertellen dat ons land nog steeds tot de matigste lidstaten van de Europese Unie behoort, wat alcoholconsumptie betreft.

Dat verbaast mij, want ik had gedacht dat het sentimentele geschrijf over een dood vogeltje was veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik. Als je teveel jenever of bier achterover slaat worden kwajongensstreken uit de boeken van Pietje Bell en Dik Trom opeens misdadige activiteiten. De jongelui bliezen kikkers op of haalden vogelnestjes leeg, waarop een flinke reprimande met dito straf volgde. Tegenwoordig wordt in het geval dat zo’n dierenbeul een nestkastje barricadeert geschreven dat “een koolmeesje in het Nederlandse Collendoorn is overleden”, zoals zelfs Vlaamse kranten snikten. Verschrikkelijk, een vogeltje is overleden, zei een Overijssels Statenlid van GroenLinks. “Het kan niet zo zijn dat mensen hun frustraties rondom corona nu uiten op dieren.”
Nee, dat is zo. Dan toch maar beter wat van die Wit-Russische wodka deze kant op dirigeren. We kunnen het nog wel hebben.